|
|
|
|
NL
| FR
Inleiding
| Beschrijving
| Deelname
| Download
| Contact
 |
Nationale surveillance van Methicilline-Resistente Staphylococcus
aureus (MRSA)
|
Inleiding
Tijdens de laatste twee decennia nam
het probleem van Methicilline-Resistente Staphylococcus aureus
(MRSA) wereldwijd bedreigende proporties aan. De resistentiecijfers van
Staphylococcus aureus stegen van enkele procenten of
minder tot cijfers die schommelden tussen 15% en 40% in de meeste
West-Europese landen.
In de Europese methicilline-resistente Staphylococcus aureus
studie publiceerde Voss (1994) de resistentieproporties voor Europa:
globaal 12.8 %. Sommige landen zoals Scandinavië en Nederland hadden
zeer lage cijfers. Spanje, Frankrijk en Italië hadden zeer hoge
resistentieproporties. In België waren 25% van de S. aureus-stammen
methicilline-resistent. Ook in de Verenigde Staten werden zeer hoge
resistentiecijfers geobserveerd.
Tussen 1983 (WIV-rapport, 1987) en 1988 (Van der Auwera P, et col.,
1990) steeg de proportie van MRSA-stammen in bloedkweken in Belgische
ziekenhuizen van 11.3% tot 20%. Er werden grote variaties waargenomen
volgens instelling en regio.
In het begin van de jaren '90 verrichtte de Belgische Groep ter
Opsporing, Studie en Preventie van Infecties in Ziekenhuizen (GOSPIZ)
onderzoek naar de in de ziekenhuislaboratoria gebruikte methoden om
MRSA op te sporen. In 1993 organiseerde zij tevens in samenwerking met
de ziekenhuishygiëneteams een grote consensusvergadering met
elektronische stembeurt omtrent "nationale aanbevelingen ter beheersing
en preventie van MRSA overdracht in Belgische ziekenhuizen".
In 1994 startte het WIV in samenwerking met de GOSPIZ een
multi-centrische surveillance van MRSA in de acute Belgische
ziekenhuizen. Onderstaande figuur geeft de evolutie weer van het
MRSA-resistentiecijfer en van het nosocomiaal MRSA-incidentiecijfer
voor ziekenhuizen die minimum 5 periodes aan de surveillance deelnamen. 
(BJ_10012012)
|
|