Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid -
Volksgezondheid & Surveillance
Zorggerelateerde Infecties (NSIH)


Inhoud
Home
NSIH algemeen
Surveillances
 - Antibioticumgebruik _(AB)
 - Clostridium dif
 - CPE
 - EARS-Net
 - ESBL+
 - ICU
 - MRSA
 - PPS
 - Prikaccidenten
 - PWI
 - Rusthuizen
 - SEP
 - Validatie Antibioticaresistentie
Handhygiëne
ZHH IT
NSIHwin
NSIHweb
Contact


NL | FR
| Contact

   Carbapenemase Producing Enterobacteriaceae (CPE)


                                                                                                                                                                                        Frequently asked questions
                                                                                                                                                                                        CPE -aanvraagformulier 

Inleiding

Sinds de melding van de eerste, uit het buitenland geïmporteerde gevallen van carbapenemase producerende enterobacteriën in 2008 (VIM-1) en
2010 (NDM-1: New Delhi Métallo-
b-Lactamase) kreeg het nationaal referentielaboratorium de laatste maanden steeds meer meldingen van enterobacteriën 
die niet meer gevoelig zijn voor carbapenems
(CPE, Carbapenemase Producing Enterobacteriaceae). Bij het merendeel van deze gevallen had de 
patiënt geen land bezocht waar CPE endemisch voorkomt (tabel), wat aangeeft dat deze uiterst resistente kiemen nu in onze ziekenhuizen circuleren.


Waarom is deze evolutie verontrustend? 

Carbapenems zijn momenteel nog de enige en laatste breedspectrum antibiotica voor de behandeling van ziekenhuisinfecties met Gram-negatieve               multiresistente kiemen,

-  Infecties met CPE gaan gepaard met een hoog sterftecijfer,

-  CPE verspreiden zich zeer efficiënt en snel (plasmiden, transposon) en zelfs tussen verschillende species,

Steeds meer patiënten blijken de CPE buiten de ziekenhuisomgeving te hebben opgelopen,

-  Vermits CPE nu ook endemisch in onze ziekenhuizen voorkomt wordt het profiel van “bij opname te screenen patiënten” moeilijker te definiëren en blijft

   dit niet enkel meer beperkt tot patiënten met een verblijf in landen met hoge endemiciteit. 

   Vroege detectie laat toe om snel maatregelen te treffen teneinde verspreiding te voorkomen.

Een gedetailleerde informatie in verband met CPE kan u terugvinden in de adviestekst van de Hoge Gezondheidsraad (HGR, nr. 8791, 7/12/2011).
Om te voorkomen dat CPE een epidemisch karakter aanneemt in ons land is het uitermate belangrijk dat we NU kort op de bal spelen.

Hoe dit probleem aanpakken?

1- Bij voorkeur werkt elk ziekenhuis een stikte CPE procedure uit, gebaseerd op de aanbevelingen van de HGR (opsporen van CPE-dragers, 

    communicatie, algemene standaardmaatregelen en bijkomende maatregelen, opvolging van gevallen en surveillance),

2- Microbiologische en epidemiologische surveillance:
    - elke verdachte stam ter bevestiging doorsturen naar het nationaal referentiecentrum en
    - deelname aan de epidemiologische CPE surveillance (WIV) om de omvang en evolutie van het CPE- probleem kunnen in kaart te brengen in België.


MICROBIOLOGISCHE EN EPIDEMIOLOGISCHE CPE SURVEILLANCE

Definitie  "VERDACHTE STAM"

Volgende criteria dienen in acht genomen te worden voor de definitie van een voor carbapenem productie verdachte stam:

1.       Enterobacteriaceae

  De meest frequent betrokken species zijn:

Klebsiella pneumoniae,

Escherichia coli,

Enterobacter cloacae.

 EN

2.       Niet-gevoelig voor carbapenems

  Een verminderde gevoeligheid (intermediair of resistent) voor carbapenems:

  - een MIC-waarde  1 mg/L voor meropenem of een inhibitiezonde van 23 mm voor een meropenem schijfje van 10 µg.

  - aan te raden om daarnaast ook ertapenem en imipenem te testen (cut-off waarden zie EUCAST of CLSI).

HOE DEELNEMEN AAN DE CPE SURVEILLANCE?

1. Voor elke verdachte stam die voldoet aan de hierboven aangegeven criteria

  Het aanvraagformulier voor CPE bevestiging door het referentielabo via deze link downloaden en zorgvuldig invullen. 

  Enkel stalen waarvoor het aanvraagdocument volledig ingevuld  en gedocumenteerd is worden geanalyseerd.

2. Het aanvraagformulier elektronisch verzenden naar het volgende, speciaal daartoe aangemaakte e-mailadres:

CPE@wiv-isp.be

      Elke via dit adres verzonden mail bereikt automatisch:

- het referentielaboratorium (Prof. Youri Glupczynski)  en

- de verantwoordelijke voor de CPE-surveillance (Béatrice Jans) van het WIV.

In geval van technische problemen of vragen, contacteer Béatrice Jans: tel 02/642.57.36 / beatrice.jans@wiv-isp.be

 
3. De verdachte stam via de normale weg naar het nationaal referentielaborium sturen:

               Prof. Youri Glupczynski

               Nationaal referentiecentrum,

               Laboratorium Microbiologie,

               Cliniques Universitaires de Mont-Godinne – UCL

               1, avenue Dr. G. Thérasse

               5530 - Yvoir

               Tel : 081/42.32.06

 
4. Vanzodra het referentielabo de verdachte stam bevestigd heeft worden de epidemiologische gegevens uit het aanvraagformulier samen

    met de laboresultaten ook automatisch opgenomen in de epidemiologische surveillance databank van het WIV. 

Indien bijkomende informatie noodzakelijk lijkt zal het WIV met u contact opnemen.

Met de verzamelde epidemiologische gegevens wordt een on-line consulteerbare epidemische curve opgesteld die op regelmatige tijdstippen zal 

bijgewerkt worden.

De gedetailleerde surveillanceresultaten worden opgenomen in een “Epidemiologisch jaarrapport van multiresistente kiemen in Belgische ziekenhuizen"

dat de surveillanceresultaten voor MRSA, ESBL-producerende kiemen (E. aerogenes en E. cloacae, E. coli, K. pneumoniae), MR A. baumannii en 

P. aeruginosa en carbapenemase producerende enterobacteriaceae zal bundelen. 

Voor het berekenen van de incidentie van CPE wordt gebruik gemaakt van de noemergegevens die reeds beschikbaar zijn via de ESBL-surveillance 

(als u aan deze surveillance deelnam). 

Wij raden u dan ook aan om de noemergegevens in deze laatste surveillance nauwgezet in te vullen t.t.z. per studieperiode: 

het totaal aantal    E. cloacae (Rubriek 1.6), 

E. coli (Rubriek 2.4)  en

K. pneumoniae (Rubriek 3.5).

                Indien het aanvraagformulier voor CPE en de noemergegevens uit de ESBL-surveillance zorgvuldig ingevuld zijn, dan vergt deze CPE-surveillance geen
                extra inspanningen op het vlak van gegevensverzameling.
               
                Figure 1: E
volution of the distribution of resistance mechanisms of carbapenemase-producing Enterocacteriaceae isolates, 
                National Reference Centre, Belgium, January 2007 - December 2011 (n=92)



2011



 (BJ_03/02/2012)

footer EN oud

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Volksgezondheid & surveillance
Zorggerelateerde Infecties (NSIH) 
Juliette Wytsmanstraat 14 - 1050 Brussel - België
Tel +32 (0) 2 642 51 11 - Fax : +32 (0) 2 642 54 10
Email : nsih@wiv-isp.be (contact info)
nsihdata@wiv-isp.be (surveillance data)